Aangerand meisje op bus getuigt:Wij zijn niet geboren om uw seksuele fantasieën in te vullen

“Aan de man die het nodig vond om zijn hand tussen mijn benen te steken en mij vervolgens minutenlang te martelen door mij geen uitweg te bieden: u heeft iets in mij wakker gemaakt. Ik ben herboren als een feministe.” Zo beschrijft Anse, een jonge vrouw van 22 jaar uit Antwerpen, in een pakkende getuigenis hoe een traumatische ervaring op de bus haar als persoon veranderde.

In de getuigenis die ze aan onze redactie bezorgde, beschrijft Anse hoe ze een tijdje geleden op een bus vanuit Antwerpen werd lastig gevallen door een jongeman die naast haar zat. De man probeerde haar aan te randen en niemand schoot ter hulp. Die pijnlijke ervaring, gecombineerd met de minimaliserende reacties van de buitenwereld daarop, hebben haar kijk op de wereld dramatisch veranderd. “Voortdurend ben ik op mijn hoede om geen signalen te sturen die fout geïnterpreteerd zouden kunnen worden. Een vriendelijke glimlach heb ik niet langer meer in de aanbieding”, schrijft ze in de getuigenis die u hieronder integraal kan lezen.


“Wij zijn niet geboren om uw seksuele fantasieën in te vullen: wij hebben betere dingen te doen dan dat”

Enkele maanden geleden werd ik ‘s nachts op mijn weg naar de Rooseveltplaats lastiggevallen. Een auto volgde me en de bestuurder en zijn gezelschap probeerden me met het nodige gefluit in het voertuig te lokken. “We zouden het gezellig kunnen maken.” Dat ik hun opdringerige aanbod vriendelijk weigerde - ik ben goed opgevoed -, leek hen duidelijk niet te zinnen: ze begonnen te dreigen, ik nam de benen. Achter mij hoorde ik ze me nog toejuichen: “Ja, ga maar lopen hoer. Dan valt ge tenminste wat af.” Ik weeg 52 kilo.
“Wij zijn niet geboren om uw seksuele fantasieën in te vullen: wij hebben betere dingen te doen”

Een week later zat ik na een vermoeiende dag achter de schoolbanken op de bus vanuit Antwerpen naar huis. Er zat een (blanke) jongeman naast mij die al snel in slaap dommelde. Op een tiental minuten van mijn halte, werd de jongeman wakker. Hij keek me vriendelijk aan en knikte. Ik knikte beleefd terug terwijl ik naar mijn iPod luisterde. Mijn hoofd lag tegen het raam en ik staarde verveeld naar buiten.

Plots voelde ik hoe de jongeman naast mij zijn voet op en neer tegen mijn onderbeen schuurde. Mijn naïeve ik zag er geen erg in maar ik verzette me toch omdat het me een ongemakkelijk gevoel gaf. Nog geen tien seconden later voelde ik hoe zijn hand langs de zijkant van mijn been tussen mijn dijen terechtkwam en hoe het probeerde mijn erogene zone te stimuleren.

Paniek overviel me. Met mijn ellenboog gaf ik hem een krachtige stomp in zijn zij. Ik ben niet de persoon die voor zichzelf opkomt en hem op zijn plaats zet, ik ben niet assertief.

Angstig keek ik om me heen. Ik zocht naar iemand die me kon helpen. Mijn blik viel op een iets oudere dame die recht tegenover mij zat. Zij had het voorval ongetwijfeld zien gebeuren maar toen mijn blik die van haar kruiste, keek ze de andere richting uit. Ik merkte hoe ze zich ongemakkelijk voelde en haar blik onnatuurlijk bleef fixeren op wat er zich buiten afspeelde. Een verloren traan liep langs mijn neus.

Hoewel de stomp in zijn zij vrij overtuigend was – mijn instinct nam het even van me over-, was het voor hem toch niet overtuigend genoeg om de benen te nemen. Hij zat er uiterst relaxed bij, zette zijn benen nog iets verder uit mekaar en glimlachte naar voorbijgangers die de bus betraden. Hij genoot duidelijk van de macht die hij over me had.

Ik zat geklemd tussen het raam en de aanrander. Mijn adem hield ik in. Zijn hand brandde nog steeds in mijn vel. Al mijn zintuigen stonden in overdrive; mijn lichaam was klaar voor de vlucht. Maar ik, ik was het noorden kwijt.

Bij iedere seconde die ik langer in zijn houdgreep doorbracht, voelde ik me kleiner worden. Er brokkelde iets in me af: het geloof een individu met rechten te zijn. Mijn naïviteit kreeg zware klappen te verduren. Mijn idealisme was zoek. Ik voelde een intense drang om te huilen.

Toen de man na een eeuwigheid van de bus stapte, durfde ik weer te ademen. Ik keek nog even naar de dame tegenover mij. Haar blik ontweek me nog steeds. Ook de andere getuigen keken in alle mogelijke richtingen behalve de mijne. Het omstaanderseffect: de reden waarom je sneller geholpen wordt in een vervallen steegje dan op een overvolle bus. “Als de rest niets doet, dan hoef ik ook niets te doen. Het zal dus wel niets zijn.” Maar het begrip ervan neemt mijn ongeloof niet weg.

Schaamte overviel me: ik ben een dramaqueen. Een week later vertelde ik het verhaal aan een van mijn beste vrienden. Hij keek me sceptisch aan en zei: “welke kleren had je misschien ook aan?”.

Mijn jeansbroek, sneakers en jas zijn inderdaad een uitnodiging op zich. Ik had beter moeten weten. Wat ben ik toch een aansteller. Ik zou nog eindeloos kunnen doorgaan met voorbeelden op te sommen. De tel van masturberende mannen op het openbaar vervoer ben ik al even kwijt. Ook zij met losse handjes mogen zeker niet onderdoen. Om dan nog maar te zwijgen over de talloze seksueel getinte (en seksistische) opmerkingen. Seksuele intimidatie is dagelijkse kost en kent geen grenzen, sociale klasse of afkomst.

Slachtoffers hebben het uitgelokt; is het niet met de ‘uitdagende’ kledij dan wel met het uitnodigende gedrag. De gedachte dat ons uit het niets iets ergs overkomt, is ondragelijk. Zo zal de persoon met longkanker wel te veel gerookt hebben. Darmkanker? Ja, dan heb je per definitie ongezond gegeten. En als je seksueel geïntimideerd werd, dan zal je die arme jongen wel een reden gegeven hebben.

Het niet willen uitlokken, is sterk geïnternaliseerd. Voortdurend ben ik op mijn hoede om geen signalen te sturen die fout geïnterpreteerd zouden kunnen worden. Een vriendelijke glimlach heb ik niet langer meer in de aanbieding. Een blik die langer dan twee seconden duurt, laat ik achterwege. Jurkjes tot boven de knie hangen te verkleuren in mijn kast. In mijn eentje tegen elven Antwerpen doorkruisen? Had ik Harry Potters onzichtbaarheidscape maar bij me. Kleine steegjes vermijd ik. Een groepje mannen verderop? Ik neem wel een omweg. Het kost me moeite om het niet uit te lokken. Belachelijk toch?

De kleren die ik draag zijn geen toegangskaart op zich, noch zijn zij een excuus om mij te reduceren tot een object. Mijn nachtelijke routes zou ik niet moeten aanpassen. Ik zou me niet onzichtbaar mogen voelen. Mijn eigenheid hoef ik niet te verliezen. Het is niet aan mij om seksuele intimidatie te voorkomen. Net zoals het niet mijn schuld is, indien het zich wel voordoet.

De grens tussen wat seksuele intimidatie is en wat niet ligt bij iedere vrouw anders. Een goedbedoeld complimentje mag en graag zelfs. Maar vanaf het doel van de interactie eruit bestaat om de vrouw in een onderdanige positie te duwen of haar onder de lakens te krijgen, is het per definitie niet oké.

Aan de man die het nodig vond om zijn hand tussen mijn benen te steken en mij vervolgens minutenlang te martelen door mij geen uitweg te bieden: wees gerust, ik ben mij aan het herpakken. U heeft ook iets in mij wakker gemaakt: ik ben herboren als een feministe. Bedankt voor de realitycheck. Ik moest even met de neus op de feiten gedrukt worden.

Aan iedere man die vanuit zijn voorkeurspositie het gevoel heeft recht te hebben op het objectiveren van vrouwen: u heeft dit recht niet. Wij zijn niet geboren om uw seksuele fantasieën in te vullen: wij hebben betere dingen te doen dan dat.

P.S.: Wij overdrijven nog steeds niet.

ANSE

Bronnen

http://www.nieuwsblad.be/