S.G.G. op school

Seksueel Grensoverschrijdend (ongewenst) gedrag op school

Met ongewenst seksueel gedrag op school bedoelen we elke vorm van verbaal, niet-verbaal of lichamelijk gedrag van seksuele aard waarvan degene die zich er schuldig aan maakt, weet of zou moeten weten dat het afbreuk doet aan de waardigheid van vrouwen en mannen, jongens en meisjes op school.
Anders gezegd spreken we van ongewenst seksueel gedrag op school wanneer iemand tegen zijn/haar wil gedwongen wordt seksuele handelingen te ondergaan en/of in een schoolsituatie wordt geconfronteerd met woorden of daden op seksueel gebied waarvan hij/zij duidelijk laat blijken en/of de pleger redelijkerwijs moet begrijpen dat betrokkene deze ongewenst vindt.
SGG op school kan ook inhouden dat de pleger, ook al is er toestemming, met het gedrag een inbreuk pleegt op de wettelijke bepalingen en/of zich niet houdt aan de gedragscode van de school. Het gedrag vindt dus soms plaats zonder dat men daar zich bewust van  is, zowel van de kant van wie het gedrag pleegt als van de kant van diegene die het ondergaat. Voorbeelden van SGG in schoolcontext zijn het maken van seksueel getinte opmerkingen, het aanraken van het lichaam op ongewenste plaatsen,...
De school kan hiermee op verschillende manieren geconfronteerd worden:

  • er is sprake van extern ongewenst seksueel gedrag, dus buiten de school, maar degenen die hierbij betrokken zijn zitten wel op de school;
  • ongewenst seksueel gedrag speelt zich af tussen de leerlingen of tussen de leerkrachten onderling;
  • ongewenst seksueel gedrag speelt zich af tussen personeelsleden en leerlingen.  Lees verder

Tijdschrift Klasse wijdde een 'Eerste lijn' aan S.G.G. op school

(Bron : http://www.klasse.be/leraren/eerstelijn/seksueel-grensoverschrijdend-gedrag/)

“Tijdens de turnles vraagt Jeroen (13) of hij naar het toilet mag gaan. Normaal gezien geldt de regel: niet tijdens de lessen. Maar omdat de jongen een stoelgangprobleem heeft, mag hij. Iets later moet ook Jolien naar het toilet. Op het einde van de les ziet de leraar Jolien uit de jongenstoiletten komen. Ze geeft haar een uitbrander. Jolien begint te wenen en doet haar verhaal.” “Jeroen heeft haar in de jongenstoiletten geroepen omdat er geen toiletpapier meer was. Ze wilde hem helpen omdat hij haar ook altijd helpt in de klas. ‘Jeroen heeft me toen vastgenomen, mijn broek naar beneden getrokken en is met zijn vinger aan het voelen geweest en ‘binnengeweest’ en daarna nog ‘met iets anders’”, vertelt Jolien. We stonden perplex. Jeroen klapte helemaal dicht. Hij wilde niks vertellen. Ik besefte dat we hulp nodig hadden, dat we hier niet voor opgeleid waren. We hebben toen een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling opgebeld: wat moesten we doen?”

“Wat is normaal?”

Je probeert dan detective te zijn, je wil alles weten, wat er precies gebeurd is en hoe. Je wil zo’n voorval niet minimaliseren, maar je wil het ook niet meer dan nodig opblazen. Kinderen groeien en moeten fouten kunnen maken. Maar wat is dan normaal gedrag, waar ligt de grens? Wat is erover? En hoe pak je dat aan? De leraren reageerden erg verschillend. ‘Ach, wij hebben vroeger ook ‘gefoefeld’ en geëxperimenteerd, we moeten daar niet zo zwaar aan tillen’, zeiden sommigen. Maar voor anderen lag het veel moeilijker: Jeroen was over de grens gegaan en moest een stevige straf krijgen. Er is toch ook iets fout met hem als hij dat soort van gedrag stelt? We hebben de bewaking aan de toiletten opgevoerd, de regels scherp gesteld en Jeroen mocht enkele dagen later niet mee op bosklassen vertrekken.

Jolien wilde niet dat we iets aan haar ouders vertelden. We hebben het gesprek samen met haar voorbereid. De mama schrok erg, vooral ook omdat haar dochter er haar niets over wou zeggen. Ze zijn samen naar de gynaecoloog geweest, een heel moeilijk moment. Joliens vader was woest en vond dat de jongen meteen van school moest worden gestuurd. En als dat niet zou gebeuren, zou hij zijn dochter van onze school weghalen.”

Verkrachter op school

“Natuurlijk waren de ouders van Jeroen erg geschrokken. Eerst weigerden ze het verhaal te geloven. We hebben gevraagd om contact op te nemen met het Vertrouwenscentrum om te bekijken hoe Jeroen begeleid kon worden. Ze waren ook bang. ‘Is er een kans dat de ouders van het meisje een klacht indienen bij de politie?’, vroegen ze.

Op school wisten aanvankelijk enkel de turnleraar en ik van het voorval in de toiletten. Maar zoiets kan je niet stil houden. We hebben het dan op een personeelsvergadering verteld. Met de vraag om het voorval discreet te houden. Heel wat leraren zitten op Facebook, vaak ook samen met ouders van de school. Voor je het weet wordt er in het dorp verteld dat er een verkrachter zit op school.”

Ongewenst kussen

Een op de drie leerlingen tussen 10 en 18 jaar zegt dat hij/zij op school te maken krijgt met seksueel grensoverschrijdend gedrag: ongewenste lichamelijke aanrakingen, aanrakingen van de geslachtsdelen of ongewenst kussen. Meestal zijn de daders leeftijdsgenoten. Dat blijkt uit recent onderzoek van het Kinderrechtencommissariaat.
Binnen het gezin zegt 7 procent van de minderjarigen ervaring te hebben met verschillende vormen van seksueel grensoverschrijdend gedrag.
Binnen de sportsector is dat 10 procent, binnen de jeugdbewegingen 3 procent.
(Bron: Geweld, gemeld en geteld, Kinderrechtencommissariaat, 2011)

Over de grens?

Ongewenst lichamelijk contact (zoenen, uitkleden, penetratie …), seksuele opmerkingen, iemand ongevraagd confronteren met seksueel gedrag of masturberen voor de webcam is allemaal seksueel grensoverschrijdend gedrag. De aard en ernst van het gedrag kunnen sterk verschillen. Op basis van de zes criteria wordt seksueel gedrag in vier categorieën ingedeeld:

  • Groen gedrag: aanvaardbaar gedrag dat ruimte moet krijgen (bv. peuters die elkaar knuffelen).
  • Geel gedrag: licht grensoverschrijdend gedrag (bv. een leerling die gluurt onder de wc-deuren).
  • Rood gedrag: ernstig grensoverschrijdend gedrag (bv. iemand ongevraagd betasten).
  • Zwart gedrag: zwaar grensoverschrijdend gedrag (bv. een jongen van 16 die geslachtsgemeenschap heeft met iemand van 9).

(Vlaggensysteem, zie www.seksuelevorming.be)

Seksueel misbruik

Seksueel misbruik is een vorm van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Niet bij elk grensoverschrijdend gedrag is er sprake van misbruik. Drie criteria maken van seksueel gedrag ‘seksueel misbruik’:

  1. een van de betrokkenen gaf geen toestemming
  2. het seksueel gedrag wordt afgedwongen door geweld, dreiging, chantage …
  3. er is een groot leeftijdsverschil of machtsonevenwicht tussen de betrokkenen

Seksueel misbruik laat meestal sporen na. Het kan pijn, angst of verwondingen veroorzaken bij het slachtoffer, hoewel dat niet steeds onmiddellijk zichtbaar is.

Wat zegt de wet?

  1. Seksuele handelingen van volwassenen met min-16-jarigen zijn altijd strafbaar. Zelfs wanneer de jongere ermee instemt en er geen dwang is gebruikt. Bij seks onder 16 jaar spreekt de strafwet over aanranding. Seks met penetratie bij min-14-jarigen is voor de wet altijd verkrachting, zelfs wanneer de jongere ermee instemt.
  2. In principe zijn jongeren strafbaar wanneer ze seksuele handelingen stellen beneden 16 jaar. Maar voor jongeren onderling is de wet soepeler. Zeker wanneer er wederzijdse toestemming en nauwelijks of geen leeftijdsverschil is. Jongeren tot 18 jaar kunnen juridisch geen straf oplopen. Als zij een als misdrijf omschreven feit (MOF) plegen, kan de jeugdrechter wel een maatregel opleggen.

Scholen reageren vaak pas na een incident

Voor kussen in de fietsenstalling krijg je schoolarrest. En als een kleuter in het speelhuisje in het broekje zit van een klasgenoot, gooien we het speelhuisje buiten of zagen we er een kijkgat in. “Seksueel gedrag hoort blijkbaar niet thuis op school en dus stellen we regels op”, zegt Erika Frans van Sensoa. “Maar leerlingen moeten seksueel kunnen groeien. Ook op school.”

Leraren stellen steeds vaker onrustwekkend seksueel gedrag bij kinderen en jongeren vast. Is dat een nieuwe tendens?

“Opvoeders reageren vaak heel bezorgd over seksualiteit. De zaken Dutroux en Vangheluwe hebben daar zeker iets mee te maken. We stellen geen stijging vast van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij jongeren. Er zijn wel verschuivingen. Zo is er nu bijvoorbeeld meer internetgerelateerd seksueel grensoverschrijdend gedrag. Scholen stellen ons vaak vragen over onrustwekkend seksueel gedrag. Meestal maken ze zich meer zorgen dan nodig en gaat het om normaal experimenteergedrag. Ze hebben een houvast nodig die hen helpt kijken naar seksueel gedrag en vertelt wat aanvaardbaar is en wat niet. Kinderen en jongeren hebben genoeg experimenteerruimte nodig om op te groeien tot volwassen seksuele wezens.”

Is de school daar de juiste plaats voor?

“Scholen zeggen vaak: ‘Wij zijn er om goed onderwijs te geven, een school is geen experimenteerruimte voor seksueel gedrag’. Op zich klopt dat natuurlijk. Maar aan de andere kant is er ook de speelplaats, zijn er toiletten en kleedkamers, sport je samen, ga je op zeeklassen of op meerdaagse reis. Leerlingen kunnen niet niet-seksuele wezens zijn. Dus kan je ook niet anders dan je opvoedende rol opnemen. Door seksuele en relationele vorming te geven, ook over een onderwerp als seksueel grensoverschrijdend gedrag. In het buitengewoon onderwijs beseft men volop dat men aan de slag moet. Veel gewone scholen reageren echter vaak pas na een incident.”

Hoe kan je dat als school doen?

“Een meisje van 13 en een jongen van 16 hebben seks met elkaar op de toiletten met wederzijdse toestemming. Na de biologieles realiseert het meisje zich dat ze onveilig gevrijd heeft en schiet in paniek. Meteen gaan we veroordelen, de wet toepassen, overreageren: de jongen is een verkrachter, moet van school gestuurd worden en we moeten aangifte doen bij de politie. Hier moet je echter in de eerste plaats opvoeden, in gesprek gaan met de twee leerlingen. Zet seksualiteit op de agenda in de klas in plaats van enkel repressief te handelen bij een incident. We zien seksueel gedrag op school vaak niet als ontwikkelingsgedrag waarbij onze leerlingen ook fouten mogen maken.”

“Kirstin (5) vroeg me: ‘Ik weet wat seksen is, seks jij ook met iemand?’ Ik schrok me een bult. Ik geef al twintig jaar les. Nog nooit meegemaakt.”

Anneleen, juf derde kleuterklas

Doe de test voor omgaan met seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Hoe meer je ‘ja’ antwoordt, hoe alerter je school omgaat met seksueel grensoverschrijdend gedrag.

  • De school heeft duidelijke gedragsregels over seksualiteit in het reglement: voor leerlingen én leraren.
  • De leraren en medewerkers van de school kennen de gedragsregels en handelen er ook naar.
  • Tijdens verschillende lessen wordt er aandacht besteed aan seksuele voorlichting en relationele vorming.
  • Er is een werkgroep Relationele en Seksuele Vorming op school.
  • Er is een vertrouwenspersoon waar leerlingen en leraren hun verhaal kunnen doen.
  • Leraren beoordelen dezelfde feiten op dezelfde manier.
  • De medewerkers kennen de meldingsplicht en passen ze ook toe.
  • Vermoedens van grensoverschrijdend gedrag worden geregistreerd.
  • Als een leerling of leraar zegt slachtoffer te zijn geweest van grensoverschrijdend gedrag, krijgt hij/zij altijd gehoor.
  • Er is een protocol op school dat duidelijk maakt hoe te handelen bij grensoverschrijdend gedrag.

Preventie. Werken aan visie & opvoeding

Preventie van seksueel grensoverschrijdend gedrag staat nooit los van de aanpak van ander ongewenst gedrag op school. Beschrijf als school hoe je met elkaar wenst om te gaan en hoe je problemen met seksueel gedrag kan voorkomen. Spreek af hoe je reageert bij problemen.

Hoe gaan we met elkaar om?

Een ‘kwaliteitsbeleid’ beschrijft de visie van de school op hoe leraren en leerlingen met elkaar omgaan op vlak van seksualiteit en lichamelijke integriteit én hoe je dat verankert in de dagelijkse werking (afspraken, schoolreglement …). Dat hangt samen met het schoolprofiel (internaat, buitengewone school, basis of secundair …) en de pedagogische visie van de school. Toch zijn er algemene uitgangspunten:

  • De school is een plek waar het goed is om te leven en te leren (open communicatie, leerlingen kunnen mee keuzes maken, ruimte voor relaties en vriendschappen, leraren werken vanuit een waarderende houding, aangename klaslokalen …).
  • Elke leerling krijgt de ruimte om zijn eigen seksuele ontwikkeling door te maken. Op zijn tempo. Leerlingen hebben ook recht op informatie en seksuele vorming en ondersteuning.
  • Iedereen heeft recht op vrije keuzes in zijn relationele leven, rekening houdend met leeftijd en ontwikkeling.
  • Leerlingen hebben recht op privacy (bij het wassen, verzorgen, praten over seks, privé-informatie).
  • Leerlingen gaan akkoord met waarden zoals toestemming, gelijkwaardigheid en vrijwilligheid bij seksuele en andere fysieke interacties.
  • Er is een open en correcte communicatie over seksualiteit. Iedereen mag zijn visie verwoorden, er is respect voor ieders visie.
  • De school betrekt ouders bij het beleid (er is aandacht voor hun perspectief, ze worden geraadpleegd, kunnen feedback geven).
  • Het schoolbeleid is juridisch correct.

Hoe voorkomen we problemen?

Een ‘preventiebeleid’ focust op de risico’s van seksueel gedrag: misbruik, ongewenste zwangerschap, hiv- of soa-besmetting, gender-gerelateerd geweld …

  • De school zorgt voor relationele en seksuele vorming aangepast aan de leeftijd van elke leerling. Dat gaat óók over attitudes en vaardigheden (verantwoordelijkheidszin, respect, manieren van communiceren …).
  • De school zorgt voor genoeg expertise. Weten leraren wat normaal, gezond seksueel gedrag is, hoe kinderen zich seksueel ontwikkelen? Kunnen ze signalen van seksueel grensoverschrijdend gedrag herkennen en correct doorverwijzen? Zijn ze het eens over wat op school wel en niet kan? Is er een netwerk waar de school mee samenwerkt (CLB, Vertrouwenscentra …)?
  • Leert de school welk seksueel gedrag oké is en welk seksueel gedrag minder of helemaal niet? Leerlingen die het onderscheid kennen tussen aanvaardbaar en grensoverschrijdend seksueel gedrag respecteren ook vaker de grenzen van anderen.
  • Er zijn duidelijke gedragsregels (over douchebeurten, nachtelijk toezicht, toiletbezoek, meerdaagse reizen). Is daarbij voldoende ruimte voor seksuele ontwikkeling en lichamelijke integriteit en nagedacht over voldoende privacy, vormen van toezicht, differentiatie?
  • Ook accommodatie kan risicosituaties voorkomen. Hoe zijn slaap- en douche- gelegenheden georganiseerd (op de school zelf, of daarbuiten, op excursie)? Goede verlichting in de fietsenstalling, geen afgesloten hoeken op de speelplaats, goed toezicht …
  • Er is een meldpunt. Leraren grijpen in bij ongewenst gedrag. Ze hebben meldingsplicht en signaleren het aan de directeur, leerlingenbegeleider, zorgcoördinator, vertrouwensleraar of een ander afgesproken punt binnen de school. Leerlingen, leraren en ouders weten dat ongewenst gedrag niet kan. Ze weten waar en hoe ze het kunnen melden. Slachtoffers weten dat ze hun verhaal in vertrouwen en veiligheid kunnen vertellen. Voor hen is het belangrijk dat de ouders noch de school ‘overreageren’ en dat ze op discretie kunnen rekenen.

“‘Neem uw boek Vagina 24’, ‘veel sucSEX’, ‘wie volgt KLOTENleerles’. Dit zijn uitspraken van een leraar van het vijfde leerjaar. Is dat de manier om jonge kinderen aan te spreken? Om grappig te zijn?”
Arlette, ouder

Niet overal gelijk.

EEN LIJN “Iedereen heeft zijn persoonlijke kijk op seksualiteit. Met de werkgroep relationele en seksuele vorming gaan we op zoek naar één visie: waar staan we als school voor? Wat willen we bereiken? Wat gebeurt er nu al, waar zitten de leemten? Daar willen we een lijn in: van het eerste jaar tot en met het zevende. En dat betekent niet enkel lessen over seksualiteit maar ook klasoverschrijdende projecten over communiceren: hoe uit ik mijn emoties, wat zijn gewenste aanrakingen en wat niet, wat is assertiviteit? Wat plaats je op Facebook en wat niet?”

“LEKKERE MOKKEL” “Wij merken wel eens seksueel grensoverschrijdend gedrag. Vooral verbaal dan. We zitten hier met de harde (hout, bouw, elektriciteit) en de zachte (voeding, verzorging) beroepssector samen. Er wordt wel eens ‘hoer’ geroepen, gefloten op leraren, ‘lekkere mokkel’ geroepen naar een interimaris, of beelden digitaal doorgestuurd na een afgelopen relatie … We vertellen waarom zo’n gedrag niet kan en hoe ‘daders’ hun gedrag kunnen herstellen. We werken aan een protocol. Waar kan je bij grensoverschrijdend gedrag terecht? Wie doet wat? We werken ook samen met het CLB, het Vertrouwenscentrum en organisaties als Sensoa. Want soms is het moeilijk om te bepalen waar de grens ligt tussen wat kan en niet kan.”

SEKS IN BARCELONA “Tijdens onze meerdaagse trip met de laatstejaars naar Barcelona hadden een meisje en jongen seks, ondanks de gescheiden kamers en de afspraken. Kamergenoten hadden er bovendien een klankopname van gemaakt. We zijn daar ’s ochtends op uitgekomen en hebben samen met hen onderzocht of dit nu kon of niet. Ook met de leerlingen van de geluidsopnames: wat zijn de gevolgen voor de privacy, besef je wat dat teweegbrengt? We proberen zo het inzicht en empathisch vermogen te verhogen. Enkel sanctioneren door bijvoorbeeld een strafstudie te geven, is vaak onvoldoende. We willen onze leerlingen niet enkel opleiden tot goede vakmensen, maar ook tot burgers die ook de juiste keuzes kunnen maken als partner, moeder of vader, vriend. Seksualiteit hoort daarbij.”

De aanpak. Schat de ernst juist in.

Altijd reageren

Gepast reageren op seksueel grensoverschrijdend gedrag is niet altijd makkelijk. Overreageer niet op situaties die misschien passen binnen de seksuele ontwikkeling van leerlingen. Negeer geen grensoverschrijdend gedrag: leerlingen kunnen dat ervaren als steun of aanvaarding. Je twijfelt? Bespreek het gedrag met een collega of specialisten. Doe dat discreet.

Groen gedrag: niet-grensoverschrijdend gedrag
Een kleuter vraagt om je borsten aan te raken, een tiener (12-14) maakt niet-aanstootgevend seksuele grapjes …
Hoe reageren? Het gedrag is functioneel en normaal in de seksuele ontwikkeling van de leerling. Je kan er bewust niet op reageren of het juist wel doen (“Let met die grapjes op dat je niemand kwetst”). Soms druist gedrag in tegen de regels op school. Zeg dan dat het niet past en waarom.

Geel gedrag: licht grensoverschrijdend gedrag
Een kleuter die seks nabootst, een leerling (12-14) die zich opvallend uitdagend seksueel gedraagt, naar sekslijnen belt, gluurt onder de wc-deuren …
Hoe reageren? Zeg dat het gedrag niet past en waarom (“Jij zou dat ook niet leuk vinden, de wc is privé”) en dat je het niet meer wenst. Leraren kunnen dit gedrag het best bespreken met de vertrouwenspersoon op school of directeur. Mogelijk ook met de ouders.

Rood gedrag: ernstig grensoverschrijdend gedrag
Tieners (12-14) dwingen elkaar onder groepsdruk om mee te doen aan seksuele spelletjes, een leerling betast de borsten van een klasgenoot …
Hoe reageren? Verbied het gedrag en leg ook uit waarom. Zeg dat het aanraken van billen en borsten iets heel persoonlijks is en dat het absoluut niet kan dat je dat ongevraagd bij iemand doet. Ga samen op zoek naar hoe de dader zijn gedrag kan ‘herstellen’ en hoe het anders moet. Bespreek het geval met de vertrouwenspersoon of directeur. Als het om zorgwekkende situaties gaat, kan het nodig zijn om hulp te zoeken en de ouders te verwittigen (zie kaderstuk misbruik).

Zwart gedrag: zwaar grensoverschrijdend gedrag
Leerlingen (12-14) maken ongevraagd naaktfoto’s en verspreiden ze, lagereschoolkinderen (6-12) dwingen een 8-jarige te pijpen onder bedreiging van een mes …
Hoe reageren? Zwart gedrag moet je verbieden maar ook bestraffen. En vertellen waarom je straft. Het gedrag kan een signaal zijn van een onderliggend probleem of leerlingen kunnen door gedrag in de problemen komen. Overweeg dan om hulp te zoeken en door te verwijzen. Net zoals bij rood gedrag kan het nodig zijn om de ouders erbij te betrekken. Bij zware feiten is een aangifte, melding of doorverwijzing naar hulpverlening nodig (zie kaderstuk misbruik).

“Ik geef hem aan bij de politie”

Ouders weten vaak zelf niet goed hoe ze moeten omgaan met de seksuele ontwikkeling van hun kind. Ouders van plegers van seksueel grensoverschrijdend gedrag reageren vaak vol ongeloof, afwijzend (“Mijn kind doet zoiets niet”, “Overdrijven jullie niet wat?”). Ouders van slachtoffers zijn vaak heel erg boos en emotioneel (“Ik geef dat aan bij de politie”, “Ik haal mijn kind van school weg”). In beide gevallen nodig je ouders het best uit voor een gesprek. Bespreek heel concreet wat er gebeurd is en plaats het gedrag binnen de seksuele ontwikkeling van de betrokken leerlingen. Het Vlaggensysteem (groen, geel, rood, zwart gedrag) kan ook ouders helpen om gedrag van hun kinderen op elke leeftijd te duiden en nuanceren. Vertel hoe de school omgaat met seksualiteit, wat de afspraken zijn en hoe ze het incident aanpakt. Schakel het CLB of de Vertrouwenscentra in waar nodig.

Meer info over het Vlaggensysteem vinden ouders op www.seksualiteit.be

“Als je zo naar me kijkt, kan ik niet anders dan je veel punten geven”

Leraren hebben vanuit hun beroep een uitzonderlijke relatie met jongeren. En een bijzondere verantwoordelijkheid. Ze hebben een voorbeeldfunctie in gedrag (gluren, aanrakingen), kleding, maar ook in wat en hoe hij zaken zegt. Als je bijvoorbeeld complimenten geeft, doe dat over gedrag en zo concreet mogelijk. Zo voorkom je dat je compliment dubbelzinnig wordt opgevat. “Je ziet er mooi uit” ? “Is je haar geknipt? Staat je goed!” “Je bent een lieve meid” ? “Fijn dat je je klasgenoten helpt.”

Crisiscommunicatie

Bij kleine incidenten: Beslis welke info je aan de rest van de collega’s geeft. Correct intern communiceren draagt bij tot de sfeer van openheid.
Bij grotere incidenten: Bereid de communicatie goed voor. Communiceer snel en juist. Zorg voor één woordvoerder en spreek intern af dat niemand commentaar geeft.

Zie De Eerste Lijn over crisiscommunicatie op www.klasse.be/eerstelijn

Zo pak je misbruik aan

Welke stappen zet de school bij (een vermoeden) van seksueel misbruik (door een leerling, leraar, ouder)?

Fase 1

  • Je vermoedt misbruik: Neem het ernstig. Probeer het concreet te maken: wat merk je, sedert wanneer, welke signalen zie je, wat is het gedrag dat verontrust?
  • Een leerling vertelt dat hij misbruikt wordt: Reageer rustig. Vraag naar wat, waar, wanneer, wie. Maak duidelijk dat je het verhaal gelooft. Beloof geen geheimhouding. Wel dat je zal helpen en dat je geen stappen zet zonder erover te praten. Is de situatie acuut of niet? Vraag de leerling waar je hem mee kan helpen, hoe je herhaling kan helpen vermijden.
  • Je stelt misbruik vast: Doe het stoppen, roep meteen hulp. In acute gevallen kan dat politie of medische bijstand zijn. Begeleid het slachtoffer en informeer over de stappen die je zal zetten.

Fase 2

  • Intern overleg – extern advies: Bespreek elke onthulling, vaststelling of vermoeden. Zorg dat die meldingen centraal binnenkomen (vertrouwenspersoon, directie, aanspreekpunt). Hou rekening met de privacy van de leerling en zijn gezin. Schat samen de ernst van de feiten in en vraag mogelijk extern advies: in eerste instantie bij het CLB,  bij een Vertrouwenscentrum Kindermishandeling, het Steunpunt ongewenst gedrag op school van vzw Limits, een Centrum Algemeen Welzijnswerk (CAW), de huisarts, een justitiehuis (anonieme adviesvraag), bij Child Focus …

Fase 3

  • Intern afhandelen of melden? Naargelang de ernst van de situatie (en eventueel na extern advies), kan de school een vermoeden, een onthulling of vaststelling intern afhandelen en/of melden bij de hulpverlening, politie of justitie.

Fase 4

  • Evaluatie en nazorg: Evalueer voortdurend, ook maanden na het incident.

Help. Vijf vragen en vijf antwoorden.

“Een leerling zegt dat de turnleraar haar bekijkt tijdens het omkleden. Wat doe ik?”

Je zou er moeten kunnen van uitgaan dat er op school een protocol is. Dat je weet waar je met je verhaal terecht kan. Meld het aan de verantwoordelijke, bv. de pedagogisch directeur. Die verantwoordelijke kan dan het initiatief nemen om dat met de leraar te bespreken. Waarom is die indruk bij het meisje kunnen ontstaan? Je kan niet zonder toezicht in de kleedkamers. Hoe organiseer je dat dan zodat iedereen zich veilig voelt? Welke afspraken kunnen we daar samen met de leraar en de leerlingen over maken?

“Kan ik als kleuteronderwijzer kinderen weerbaar maken tegen seksueel misbruik?”

Door van jongs af aan met kinderen te praten over wat oké is en niet bij seksualiteit, maak je ze weerbaarder tegen grensoverschrijdend gedrag. Als je praat over wat normaal is leer je ze ook wat niet kan. Leer kinderen de gangbare woorden voor geslachtsdelen. Als er ooit iets zou gebeuren kunnen ze achteraf onder woorden brengen wat er is gebeurd. Focus niet op de negatieve kant van seks. Seks hoort plezierig en aangenaam te zijn. Leer ze ook aangeven wat ze willen en wat niet en hoe ze grenzen duidelijk kunnen maken en respecteren. Het belangrijkste werk gebeurt het best voor de leeftijd van twaalf.

“Een ouder heeft bij de politie een klacht ingediend tegen een jongen van de school omdat die de borsten van haar dochter heeft betast aan de lockers.”

Je krijgt nu de politie op bezoek. Zij zullen een gesprek willen met de jongen, het meisje en eventuele getuigen. De politie maakt daar een proces-verbaal van op. Op basis daarvan beslist de procureur om de zaak te seponeren (eventueel met een waarschuwingsbrief) of de minderjarige op te roepen voor een gesprek. De procureur kan ook herstelbemiddeling voorstellen. Hij kan ook doorverwijzen naar de jeugdrechtbank. Daar kan het slachtoffer zich ook burgerlijke partij stellen om een schadevergoeding te vragen. Praat met de ouders van slachtoffer en dader. Neem ook maatregelen op school: toezicht aan de lockers, herstelgesprekken, leerlingen responsabiliseren …

“Als ik de klas binnenkom zie ik dat een leerling een grote penis op het bord heeft getekend. Hoe reageer ik?”

Dat kinderen geslachtsdelen tekenen is niet zo abnormaal gedrag. Het hoort bij hun seksuele ontwikkeling. Hier doen ze het in een publieke ruimte. Zeg dus dat het niet gepast is dat die tekening op het bord staat. “Maak die tekeningen thuis.” De leerlingen willen natuurlijk jouw reactie testen. Vaak helpt een kwinkslag in deze omstandigheden beter dan op zoek te gaan naar de zondaar om die te straffen.

“Ik wist niet waar ik het had. Toen ik de broek van een kleuter naar beneden haalde voor het toiletbezoek, stond er een gezichtje op getekend: twee ogen en een mond.”
juf Lydia

“Tijdens de middagpauze staat een koppeltje van zestien te tongzoenen op de speelplaats. Hoe reageer ik?”

Maak een verschil tussen het gedrag op zich en de plaats van het gedrag. Maak geen opmerking over het tongzoenen, maar wel over de plaats waar dit gebeurt: op de speelplaats, iedereen kijkt mee. Reageer met een kwinkslag: “Blij dat jullie elkaar gevonden hebben, maar niet iedereen hier op school moet getuige zijn van jullie liefde, hoe graag jullie elkaar ook zien.”

Heb je zelf ervaringen met seksueel grensoverschrijdend gedrag en wil je dat delen? Doe het via het forum van www.klasse.be/eerstelijn (doorklikken naar seksueel grensoverschrijdend gedrag)

Raamwerk Seks op school (VVKSO)

Het Vlaams onderwijs heeft het Raamwerk Seksualiteit en Beleid op school gelanceerd. Dat moet er voor zorgen dat scholen een beleid kunnen uittekenen bij situaties van seksueel overschrijdend gedrag. Lees hier het volledige raamwerk.

Meer info nodig?

Meer info vind je bij het CLB, de begeleidingsdienst van je school, of bij:

Sociaal competente leerkrachten : een werkmap voor de leerkrachtenopleiding. Leren omgaan met diversiteit, grenzen en grensoverschrijdend gedrag, seksualiteit en intimiteit. Lees hier de integrale tekst. - See more at: http://www.seks...

Meldpunt voor geweld, misbruik en kindermishandeling: tel. 1712

Sociaal competente leerkrachten : een werkmap voor de leerkrachtenopleiding. Leren omgaan met diversiteit, grenzen en grensoverschrijdend gedrag, seksualiteit en intimiteit. Lees hier de integrale tekst.

 

Raamwerk seksualiteit, beleid, seksueel misbruik en seksueel grensoverschrijdend gedrag op school. Lees hier de integrale tekst.

 

Sociaal competente leerkrachten : een werkmap voor de leerkrachtenopleiding. Leren omgaan met diversiteit, grenzen en grensoverschrijdend gedrag, seksualiteit en intimiteit. Lees hier de integrale tekst. - See more at: http://www.seks...
Sociaal competente leerkrachten : een werkmap voor de leerkrachtenopleiding. Leren omgaan met diversiteit, grenzen en grensoverschrijdend gedrag, seksualiteit en intimiteit. Lees hier de integrale tekst. - See more at: http://www.seks...